PRAKTIJKVOORBEELDEN

Mooie initiatieven in Arbeidsmarktregio Rijnmond

In de Arbeidsmarktregio Rijnmond barst het van de samenwerkingsverbanden om mensen duurzaam aan het werk te helpen. Van initiatieven voor mensen met een zogenoemde ‘afstand tot de arbeidsmarkt’ en gericht op basisvaardigheden mét een vakopleiding tot coaching van jongeren in wijken met een grotere sociaaleconomische uitdaging. Een greep uit de vele praktijkvoorbeelden.

 

Initiatief 1

Duurzaam werk voor werkzoekenden met afstand tot de arbeidsmarkt

Als sociale onderneming zet GreenFox Social Return zich in voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. In samenwerking met gemeenten en werkgevers bemiddelen ze werkzoekenden naar duurzaam werk, altijd met maatwerkbegeleiding en indien nodig scholing. In Rotterdam-Zuid doen ze dat in een nieuw initiatief met zeven uitzendorganisaties. Een inspirerend voorbeeld voor andere regio’s, zegt projectmanager Marcella de Muinck.

In november startten de gemeente Rotterdam, het Nationaal Programma Rotterdam Zuid (NPRZ), de ABU en aangesloten intermediairs – waaronder GreenFox Social Return – een proef om inwoners van Rotterdam-Zuid met een ondersteuningsbehoefte naar duurzaam werk te begeleiden. Kandidaten moeten binnen twee jaar doorstromen naar betaald werk. De bemiddeling is maatwerk, met extra begeleiding en scholing waar nodig, zodat gelijke kansen ontstaan.

De uitzendbureaus werken hiervoor nauw samen. De Muinck: “Voor de buitenwereld is het soms verrassend dat wij als ‘concullega’s’ zo intensief samenwerken, maar dat doen we op andere plekken al jaren. En dat werkt heel goed. We kijken wat het beste is voor kandidaten. Wij zijn bijvoorbeeld gespecialiseerd in de bouw en techniek, maar als een kandidaat betere kansen heeft in de logistiek, kan een ander bureau dat verzorgen. Andersom komen er ook kandidaten van hen naar ons toe. Dat werkt uitstekend in een groter samenwerkingsverband zoals dit. Het gezamenlijke belang en de wederkerigheid zijn dan groter.”

Behoeften van deelnemers centraal

De gemeente Rotterdam selecteert de kandidaten: ze moeten willen en kunnen werken, en gemotiveerd zijn voor het traject. GreenFox Social Return zorgt voor passende instap- en ontwikkelbanen en voor de begeleiding. “Bemiddelen is één, maar een duurzame loopbaan bieden is wat anders.”
Die begeleiding begint vóór de eerste werkdag. “Kan iemand deze stap zetten of is er nog iets nodig? Vaak zijn dat kleine dingen die een groot verschil maken. Bijvoorbeeld een boodschappenpakket voor een goed gevulde koelkast en broodtrommel, of een kledingbon als dat nodig is,” zegt De Muinck.

Zelfstandig binnen een jaar

De deelnemers komen in dienst bij GreenFox Social Return, dat hen detacheert, zodat het maatwerktraject samen met de opdrachtgever kan worden vormgegeven en uitgevoerd. Na een jaar kunnen zij kosteloos in dienst treden bij de opdrachtgever of elders aan de slag gaan. “Gemiddeld zestig procent blijft bij dezelfde werkgever en dertig procent vindt zelfstandig ander werk door hun nieuw verworven skills. Onze begeleiding duurt normaal maximaal twaalf maanden. Dat is de tijd waarin iemand alles goed kan opbouwen en daarna zelfstandig verder kan. Dan moet je er ook niet tussen blijven zitten, maar het iemand zelf laten doen.”

Volgens De Muinck is een belangrijke succesfactor de duidelijkheid die een groter project met heldere basisafspraken biedt. “Onze publieke partners willen vooral zekerheid, duidelijkheid en veiligheid voor hun kandidaten. Wij willen vooral kandidaten die willen, kunnen en gemotiveerd zijn. Dat is goed vastgelegd. Een klassieke fout bij publiek-private samenwerking was dat er vooraf te hoge verwachtingen waren. Dat wordt bij een initiatief als dit voorkomen. Het is ook meteen een goede blauwdruk voor projecten elders in het land.”

Initiatief 2

LLO-Collectief helpt Rotterdammers én arbeidsmarkt met grote uitdaging

Als nieuw netwerk gaat het LLO-Collectief in Rotterdam de komende twee jaar op vooruitstrevende wijze ongeveer tweehonderd mensen met lage basisvaardigheden opleiden. Het netwerk richt zich op taal, rekenen en digitale vaardigheden, én op vakopleidingen. De maatwerktrajecten vragen nauwe samenwerking tussen partners, en juist dat kwam door het initiatief meteen op gang.

 

LLO staat voor een Leven Lang Ontwikkelen. Voor mensen die basisvaardigheden missen, is dat extra uitdagend. De noodzaak is groot: in Nederland gaat het volgens onderzoeksbureau PIAAC om ongeveer drie miljoen mensen. “Dit gaat om groot verborgen leed, waar een taboe op rust door schaamte en waar structureel veel te weinig aandacht voor is. Hier wél in investeren is zeer duurzaam door de grote waarde voor deze mensen, de arbeidsmarkt en de samenleving,” zegt Erika Nemeth van de gemeente Rotterdam (coördinator van het beleidsteam taal). De aanpak in Rotterdam is daarbij vernieuwend.

Grote impact

Het LLO-Collectief is een initiatief van het Nationaal Groeifonds en maakt scholing toegankelijker voor mensen met lage basisvaardigheden en weinig scholingsachtergrond. Zo vergroten zij hun kans op passend werk. Na twee pilots in 2023 wordt het programma nu uitgebreid naar achttien regio’s, waaronder Rijnmond. Vooral Rotterdam kent veel inwoners met lage basisvaardigheden. Nemeth: “Maar liefst 36 procent, volgens het PIAAC-onderzoek. We hebben de vervolgpilot daarom met twee handen aangegrepen vanwege de grote impact. Niet alleen voor de arbeidsmarkt en werkkansen, want lage basisvaardigheden hangen vaak samen met andere problemen zoals armoede, schulden, gezondheidsproblemen of hoger verzuim. Ook daardoor gaat nu veel arbeidspotentieel verloren. Door met elkaar te investeren in basisvaardigheden verbetert de situatie van mensen op veel vlakken.”

Collectief maatwerk

Het innovatieve van het LLO-Collectief is de open netwerkstructuur, waarin partners eenvoudig kunnen aanhaken en publieke en private dienstverleners samenwerken vanuit een inclusieve aanpak. De deelnemer staat centraal. In Rotterdam wil het collectief met die aanpak tot en met 2027 zo’n tweehonderd mensen opleiden, gericht op basis- en vakvaardigheden. Hiervoor werken gemeente en UWV nauw samen met onder andere werkgevers, publieke en private opleiders (waaronder NRTO-leden Sagènn en Alsare), vakbonden en het Regionaal Werkcentrum. “Want dit kun je alleen samen aanpakken. Ze zeggen wel: ‘It takes a village to raise a child’, maar hetzelfde geldt zeker voor het aanleren van de zo belangrijke basisvaardigheden. Dat doen we als netwerk echt samen en integraal. Van de werving van deelnemers via het netwerk en het bieden van maatwerktrajecten tot de warme overdracht naar werkgevers.”

Aanjager voor samenwerking

De inzet voor de komst van het LLO-Collectief werkte meteen als aanjager. “Alle partners hebben zich hier direct hard voor ingezet, vooral vanwege het belang en de grote kansen die dit biedt voor de arbeidsmarkt en de mensen waar het om gaat. De aanvraag voor deze pilot – die officieel nog moet worden goedgekeurd – moest dit jaar ‘met stoom en kokend water’, maar daardoor stond er al meteen een collectief dat elkaar nu al goed weet te vinden. Hier kunnen we nu op verder bouwen,” aldus Nemeth.
Het doel is dat het netwerk ook na twee jaar doorgaat. “Vooral doordat we als samenwerkingspartners de lessen van deze vervolgpilot meenemen in onze collectieve manier van werken. In ons tweede jaar gaan we daarom ook al bewust werken aan de borging zodat we door

Initiatief 3

Passie en samenwerking voor meer gelijke kansen

Met grote maatschappelijke betrokkenheid helpt Bureau Volzin als re-integratiespecialist in de Randstad mensen terugkeren naar werk en participatie. Het bureau neemt deel aan diverse samenwerkingen, waaronder het partnerschap met JINC in de regio Rijnmond. Coaches zetten zich daar belangeloos in voor scholen en jongeren in wijken met sociaaleconomische uitdagingen.

 

Bureau Volzin ondersteunt jaarlijks meer dan vijfhonderd doorlopende trajecten. “Voor ongeveer de helft zijn dit trajecten voor UWV, vaak nadat mensen zijn uitgevallen door ziekte, bijvoorbeeld niet-aangeboren hersenletsel (NAH),” vertelt directeur Mark Kastelein. Het bureau ontstond twintig jaar geleden in Rotterdam en heeft inmiddels meerdere vestigingen in de Randstad.

Mensgericht maatwerk

Omdat veel cliënten kampen met ernstige ziekten of aandoeningen, zijn vrijwel alle 21 coaches paramedisch opgeleid. Kastelein: “Veel mensen hebben hun verhaal al vele keren moeten vertellen. Wij willen hen zo snel mogelijk op weg helpen, zonder dat ze wéér helemaal opnieuw moeten beginnen. We kijken daarbij vooral wat iemand wél kan en begeleiden met maatwerk dat sterk gericht is op de individuele persoon. We werken bijvoorbeeld niet met groepen, maar kijken vooral wat een individu nodig heeft om stappen vooruit te zetten. Duurzaam werk is het hoogste doel, maar als dat niet mogelijk is, kunnen het ook andere participatiestappen zijn. Bijvoorbeeld vrijwilligerswerk, dat ook heel nuttig en waardevol is.”

Kastelein praat met zichtbare passie over het werk en verwacht dezelfde houding van zijn team. “Zo willen wij echt het verschil maken voor al deze mensen, die dat ook verdienen nadat ze zoveel ellende voor hun kiezen hebben gekregen. Daarvoor willen wij het maximale geven en nooit het gevoel hebben dat we achteraf iets hebben laten liggen.”

Betrokkenheid en samenwerking

Die betrokkenheid blijkt ook uit de maatschappelijke partnerschappen die Bureau Volzin aangaat. Ze werken onder andere samen met UWV, gemeenten, het Rode Kruis, revalidatie-initiatieven, programma’s voor reumatologie, NAH en een maatschappelijk fitnessprogramma. In de regio Rijnmond zetten coaches zich al acht jaar in voor JINC, dat samen met bedrijven en scholen strijdt voor gelijke kansen voor jongeren uit ‘probleemwijken’. “De Randstad – zeker Rotterdam – kent groeiende sociaaleconomische uitdagingen. Wij willen helpen bijdragen aan oplossingen en in dit geval betere kansen voor jongeren.”

Twee keer per jaar starten trajecten waarin coaches van Bureau Volzin jongeren zonder vergoeding ondersteunen, onbetaald. “Bijvoorbeeld om hen goed voor te bereiden op het solliciteren of als zij hulp nodig hebben om zelf te ondernemen. Ook hier telt het maatwerk. Dit is geen re-integratie, maar we helpen mensen wel om stappen vooruit te zetten op de arbeidsmarkt. Daarmee helpen wij ook de scholen en docenten die het zwaar hebben om de jongeren vooruit te helpen. Dat kunnen we als samenleving en bedrijven niet alleen bij de ouders en docenten laten liggen.”